1.5 Vezels, zout en suiker
Vezels, zout en suiker verdienen extra aandacht omdat ze snel en direct invloed kunnen hebben op hoe je je voelt en hoe je lichaam werkt. Kleine aanpassingen hierin kunnen grote effecten hebben op je gezondheid en energie.
Vezels: voeding voor je darmen
Vezels zijn de onverteerbare delen van plantaardig voedsel, en ze spelen een grote rol in je gezondheid, vooral voor je spijsvertering. Er zijn twee soorten:
Oplosbare vezels
Helpen je bloedsuikerspiegel stabiel te houden en verlagen je cholesterol.
Onoplosbare vezels
Zorgen voor een goede stoelgang en voorkomen verstopping.
Waar vind je vezels?
De meeste mensen eten te weinig vezels. Het advies is om ongeveer 30 tot 40 gram vezels per dag binnen te krijgen.
Zout: een stille boosdoener
Zout is nodig voor je lichaam, maar we krijgen er vaak te veel van binnen, vooral via bewerkte producten. Het lichaam houdt direct vocht vast als het te veel zout binnenkrijgt. Dat verhoogt het risico op:
Hoe kun je minder zout eten?
Het advies is om maximaal 6 gram zout per dag te gebruiken. Daarmee krijgen we voldoende natrium en chloride binnen zonder de nadelen van te veel zout.
Suiker: energieboost of energiedip?
Suiker levert energie, maar toegevoegde suikers in frisdrank, koek, sauzen en ontbijtgranen dragen weinig bij aan je gezondheid. Ook verzadigt het niet. Te veel suiker verhoogt het risico op:
Tips om minder suiker te eten:
De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) raadt aan om niet meer dan 25 tot 50 gram toegevoegde suiker per dag te eten. Dat is ongeveer 6 tot 12 theelepels.
Wist je dat vezels helpen om de opname van suikers te vertragen? Zo voorkomen ze snelle pieken in je bloedsuiker. Daarom is een appel met schil beter dan appelsap.